January 27, 2013

Onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek

 De afdeling Oogheelkunde van het ErasmusMC in Rotterdam doet samen met de afdelingen Epidemiologie, Klinische Genetica en Neurowetenschappen van deze universiteit veel onderzoek naar myopie. We zijn breed geïnteresseerd en focussen ons zowel op het vinden van oorzaken en identificeren van risicoprofielen, het ontrafelen van de ziektemechanismen op moleculair niveau als het onderzoeken van nieuwe therapieën. Ieder stuk onderzoek levert weer kennis voor een volgend stuk en zo ontstaat een zgn. Cirkel van Kennis.

 wetenschapelijk_onderzoek

 

  

Epidemiologisch onderzoek

Rotterdam heeft in de afgelopen 20 jaar veel grote bevolkingsonderzoeken opgezet, zoals het ERGO-bevolkingsonderzoek (in het Engels ‘The Rotterdam Study’) bij ouderen als het Generation R onderzoek bij kinderen. Aan deze onderzoeken doen respectievelijk 15.000 en 6.000 personen mee, en deelnemers worden om de paar jaar uitgenodigd op het onderzoekscentrum. Naast de bevolkingsonderzoeken hebben wij ook een onderzoek opgezet dat zich helemaal richt op personen met hoge myopie, het zgn. MYST onderzoek (1.200 personen). In alle cohorten wordt het oog evenals veel andere organen grondig onderzocht. Zo kijken wij naar de gezichtsscherpte, oogdruk, brilsterkte, oogafmetingen; we maken beelden van het netvlies met fotografie, autofluorescentie, infrarood en een OCT scan. Al deze gegevens hebben ertoe geleid dat we nu veel weten van het risico op myopie en de genetische en lifestyle factoren die het risico vergroten.

epidemiologisch_onderzoek

Genetisch onderzoek

Deelnemers aan ons epidemiologisch onderzoek, maar ook patiënten van de poli Oogheelkunde, hebben veelal bloed afgestaan voor DNA-onderzoek. Dit DNA is uitgebreid geanalyseerd m.b.v. verschillende genetische platforms. De genetische profielen maken het mogelijk de genen te vinden die bijdragen aan het ontwikkelen van bijziendheid. Dit genetisch onderzoek doen wij veelal in grote internationale studies. We verrichten echter ook genetisch onderzoek in families waarin veel myopie voorkomt (MYSTFAM). Dit kan soms weer andere genen opleveren dan de bevolkingsonderzoeken.

 

Internationale samenwerking

creaminternational

In 2009 hebben wij het grote internationale ‘Consortium for Refractive Error and Myopia’ (CREAM) opgericht, waarin studies met gegevens over brilsterkte, myopie en DNA samenwerken om genen te vinden voor myopie. Inmiddels bestaat CREAM uit 56 studies met gegevens over 57.000 studie participanten. Omdat CREAM zo internationaal is, is het mogelijk de genen die de oorzaak zijn van myopie ontwikkeling bij Aziaten te vergelijken met die van Europeanen. Die blijken niet zo veel van elkaar te verschillen. Op dit moment hebben wij al >100 genen gevonden die een mogelijke rol spelen bij myopie. Dat is enorm veel voor één ziektebeeld en daarmee is het duidelijk dat veel verschillende mechanismen een rol spelen bij myopie.

 

Dierexperimenteel onderzoek

Het genetisch onderzoek levert veel kennis over welke genen een rol spelen, maar niet over de functie van die genen. Daarvoor is functioneel onderzoek nodig, en dat wordt veelal uitgevoerd in proefdieren. Wij verrichten functioneel onderzoek in muizen, waarbij een van de myopie genen gemanipuleerd is. De muizen missen dan een gen, hebben een afwijkend gen of hebben een hogere of lagere productie van een gen. De muizen worden bijziend gemaakt door het plaatsen van een lensje met een sterke min sterkte voor het oog, een beproefde methode. Door de muizen met het gemanipuleerde gen te vergelijken met muizen met normale genetische profielen komen we meer te weten over de functie van een gen. Het is ook mogelijk om op deze wijze nieuwe therapieën te ontwikkelen, die het genetische defect tegen gaan.

 

Therapeutisch onderzoek met Atropine

atropineAtropine is de standaard behandeling voor progressieve myopie in grote delen van Azië. In Taiwan druppelt zelf meer dan de helft van alle jonge myopen dagelijks om de achteruitgang te temperen. Door het druppelen van atropine wordt de groei van het oog geremd maar helaas zitten er ook nadelen aan de druppel: je kan na het druppelen moeilijk dichtbij kijken en hebt last van het licht door een grote pupil. Een leesbril en een zonnebril dragen helpt dan. Wij zijn in het Erasmus MC een studie gestart om de effectiviteit van atropine voor progressieve myopie in Rotterdamse kinderen te meten. Inmiddels doen >200 kinderen mee aan deze studie. Iedere 6 maanden komen zij op controle voor een uitgebreid oogheelkundig onderzoek; we bepalen dan de brilsterkte en de lengte van het oog. Ook hebben we de kinderen gevraagd naar hun ervaringen. De resultaten van de eerste drie jaar zijn heel positief: 80% van de kinderen houdt het druppelen goed vol en de groei van het oog kan met 75% geremd worden.